Klassieke isolatie-materialen verliezen terrein

 

Natuurlijke damp-open isolatiematerialen hebben de duurzame toekomst

Wie kent er niet de zachte gele dekens van glas- of steenwol die bijna iedere muur van
de Nederlandse huizen bedekken? Glas- en steenwol domineren al jaren de isolatiemarkt.

Terwijl Nederland druk bezig is met het verduurzamen van de bouwsector, lijken de inno-
vaties op isolatiegebied een beetje te stagneren. Toch zijn er de laatste tijd prima alter-
natieven voor de aloude isoleermiddelen. De prijzen schommelen per product, maar
natuurlijk isolatiemateriaal als houtvezelplaat, schapenwol en licht en stevig piepschuim
komen goed uit de bus en bevatten eigenschappen die glas- en steenwol niet hebben.
Ook het materiaal vlas kan het gedoodverfde mineraalwol evenaren.
Isolatieoudjes glaswol en steenwol moeten het afleggen tegen de nieuwe generatie

Steen- en glaswol zijn goedkope, lichte materialen die geen chemische toevoegingen hebben.
Ze worden vervaardigd door ofwel glas of steen te verhitten en daar isolatiematten van te
maken. Een oven die steen kan smelten moet wel 1400 graden Celsius zijn. Ook zijn de grondstoffen van deze zogenaamde mineraalwolsoorten niet eeuwig voorradig. Steen- en
glaswol zijn niet schadelijk voor de gezondheid, mits er beschermende kleding wordt gedragen
bij het aanbrengen van het isolatiemateriaal. Minerale wol jeukt namelijk wel en geeft veel
stof af. Inademing van het stof kan leiden tot klachten aan longen en luchtwegen. Mineraalwol
is ook een vrij kwetsbaar isolatiemateriaal. In geval van lekkage verliest het al gauw een groot
deel van zijn isolerend vermogen en kan het gaan schimmelen. Een ander groot nadeel: glas- en steenwol zijn nauwelijks tot niet recyclebaar.

Bouwsector had/heeft onvoldoende aandacht voor natuurlijk isoleren

De consument is tot op heden wel bereid de Gore-tex jas aan te schaffen, maar de weg
naar de natuurlijke isolatiematerialen weet hij nog niet echt te vinden. De verkoop ervan
ligt in Nederland op een fractie van de verkoop in bijvoorbeeld Frankrijk en België. En dat
terwijl wij Nederlanders onszelf vaak zo “groen” voelen. Zijn we dat dan niet, of kijken we
hier anders tegenaan?

Een belangrijke oorzaak hiervoor is de wijze waarop “de bouw” in Nederland was/is geor-
ganiseerd. Veel projectmatige, grote partijen (aannemers, producenten) die de dienst
uitmaken. Veel seriebouw die keurig volgens de regels wordt gebouwd, en tegenwoordig
ook veel eigen keus voor wat betreft voorzieningen. Maar keuze op het gebied van mate-
rialen is er niet. Wil de consument het niet of is hij het niet gewend? In Nederland bouwt
men weinig in eigen beheer, zoals dat bij onze ooster- en zuiderburen veel vaker wel het
geval is. In Nederland hechten we meer dan waar ook in Europa aan structuur, organisatie
 en dat zie je terug in onze huizenbouw: rijtjeswoningen die allemaal identiek lijken, wijken
met dezelfde steensoort gebouwd en in dezelfde bouwstijl. Ga je over de grens, dan is het
eerste wat je opvalt de verscheidenheid aan woningen, al dan niet aan elkaar gebouwd.
De een noemt het een rommeltje, de ander een gevarieerd beeld. Men bouwt er vaker zelf,
 neemt een architect en aannemer in de hand en deze driehoek neemt de beslissingen.
Zit er een vooruitstrevende architect bij, dan krijg je vanzelf advies over de verschillende
(duurzame) materialen die er mogelijk zijn. Het blijkt dat men dan toch sneller voor een
duurzaam en hoogwaardiger isolatiemateriaal kiest.

Maar welk isolatie-materiaal heeft de voorkeur van de klant, de bewoner?

Als je een natuurlijk isolatiemateriaal voorgeschoteld krijgt en de voordelen van het
wooncomfort en de snelle terugverdientijd afweegt tegen “klassieke” isolatiematerialen,
dan is de keus voor vele consumenten toch snel gemaakt. Natuurlijke isolatiematerialen
hebben simpelweg een bewezen technische meerwaarde en dit rechtvaardigt een wat
hogere investering.